- Dagelijks leven

Stap 2. Dagelijks leven

Enkele vragen die u zichzelf hierbij kunt stellen:

  • Hoe verloopt mijn dag? ’s Ochtends, ’s middags, ’s avonds?
  • Hoe deel ik mijn week in? Kan ik daar wel eens van afwijken?

Wonen

  • Wat kan ik zelf doen in mijn huishouden? Heb ik hulp nodig? Waarbij? Wie helpt mij daarbij?
  • Is mijn huis in orde? Is het er veilig?
  • Heb ik aanpassingen in mijn huis nodig? (Idee: ik loop eens – in gedachten – door mijn huis).
  • Is mijn buurt veilig?

Lichaam

  • Heb ik lichamelijke klachten?
  • Zorg ik goed voor mijn lichaam? (Wassen, douchen)
  • Let ik op wat ik eet en drink?
  • Hoe beweeg ik me? Val ik wel eens? Hoe zorg ik ervoor dat ik voldoende beweeg? Kom ik voldoende het huis uit?

Medicijnen

  • Weet ik hoe ik mijn medicijnen moet gebruiken?
  • Volg ik het voorschrift van de arts?

Communicatie

  • Zie en hoor ik nog goed?
  • Kan ik mijzelf goed uitdrukken zodat iedereen begrijpt wat ik bedoel?
Mevrouw Van Aken heeft haar zoon gevraagd om samen het huis door te lopen. Is het huis veilig? Zijn er risico’s om te vallen? Samen halen ze het vloerkleed bij de tuindeur weg. Ze besluiten dat er een extra handgreep in de badkamer moet komen. 
Mevrouw Benali schrijft de afspraken op haar kalender. Elke week kijkt ze wat ze deze week gaat doen. Soms bedenkt ze extra activiteiten. ’s Avonds schrijft ze op wat ze gedaan heeft. 
Een groepje oudere mensen komt wekelijks bij elkaar om te sporten en daarna gezellig met elkaar koffie te drinken. Ze kennen elkaar daardoor beter en delen lief en leed. Een bloemetje bij verjaardag of ziekte doet wonderen.
 

>> Ga naar STAP 2 - Sociale contacten

 

Voor wie?

Wat krijgt u?

Hoe komt u eraan?